Re·de·rij·kers·ka·mer (de; v(m); meervoud: rederijkerskamers): als gilde ingerichte letterkundige vereniging (m.n. op het einde van de middeleeuwen). Zo luidt de officiële, niet zoveel zeggende betekenis van een rederijkerskamer volgens de Dikke Van Dale, maar welke betekenis zit er achter onze ‘Aloude Rederijkers Gûlde De Catharinisten’? En van waar komt onze naam?

De oorsprong van rederijkerskamers is moeilijk met zekerheid na te gaan, maar na intensief opzoekwerk met behulp van de wondere wereld van Google en enkele knoerten van boeken, kunnen we zeggen dat er in de 14de eeuw al sprake was van ‘ghesellen’ die samen toneel opvoerden. In de eigennaam ‘rederijker’ zit een etymologische (moeilijk taalkundig woord voor woordafleiding) vervorming van ‘retorizijn’ of ‘retrozijn’, uit het Franse ‘rhétoricien’, wat op zijn beurt afkomstig is van het Latijnse rhetorica, of welsprekendheid. Samengevat: rederijkers weten hoe ze het een en ander moeten vertellen.

Het eerste bewijs van ons bestaan is te vinden in de stadsrekeningen van Aalst. In tegenstelling tot het keurige Excelbestand van onze schatbewaarder, waren de financiën in de 15de eeuw iets onduidelijker, maar gelukkig werden onze ‘ghesellen’ in 1421 keurig betaald voor bewezen diensten. De diensten en activiteiten bestonden vooral uit processies en feesten opluisteren, dichtwedstrijden organiseren en toneelstukken opvoeren. Vandaag de dag houdt onze kamer zich nog steeds bezig met een groot deel van die activiteiten. In 2012 waren de Katrienen vertegenwoordigd tijdens de historische optocht en de intrede van het hof van Keizer Karel. Daarnaast zijn er vanzelfsprekend nog steeds toneelopvoeringen, maar ook lyrische concerten en operettes.

Wat is een rederijkerskamer?

Het doen en laten van onze vereniging in de 15de eeuw valt samen met de Bourgondische periode. Na de Stoute en eentje Zonder Vrees, beklom Filips de Goede de troon in 1419 als Hertog van Bourgondië en Graaf van Vlaanderen. In zijn regeerperiode waren de rederijkerskamers nog dun gezaaid, maar wanneer Karel V, of Charles Quint, u weet wel, die keizer van het gelijknamige bier, in 1555 afstand deed van  de troon, had ieder belangrijke dorp in de Dietssprekende gebieden van de Nederlanden zijn rederijkerskamer, zo ook Aalst. In die tijd zijn de kamers een sociale macht geworden met heel wat aanzien en voorname leden.